De kans dat je zwanger wordt als je onveilig vrijt is relatief groot.
Als je geen voorbehoedsmiddel hebt gebruikt of je anticonceptie is mislukt dan kan je de kans op een eventuele zwangerschap verkleinen door de noodpil in te nemen. Wanneer is het nodig om een noodpil in te nemen? Hoe werkt de noodpil? Wat zijn nevenwerkingen? Waar koop ik de noodpil en hoeveel kost ze?
Dat lees je op op http://www.norlevo.be/ of op www.sensoa.be/geboorteregeling.php bij noodanticonceptie.
Neem na het innemen van de noodpil zo snel mogelijk contact op met je dokter zodat hij je helpt zoeken naar een voorbehoedsmiddel dat bij je past. De noodpil is een geneesmiddel en kan je dus niet op regelmatige basis gebruiken om een zwangerschap te voorkomen. De noodpil beschermt je ook niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen, daarvoor is enkel het condoom geschikt. De combinatie van condoom met een ander anticonceptiemiddel zorgt voor de beste bescherming.
Is het meer dan 72u geleden dat je onveilig vrijde, dan weet je pas zeker of je zwanger bent. Na een zwangerschapstest. Een test werkt pas vanaf de eerste dag van het uiblijven van je maandstonden. Lees hier meer.
Op www.sensoa.be/pilvergeten/ of http://www.mijnpil.be/ kan je lezen wat je moet doen.
Een zwangerschap kan alleen maar als je gevrijd hebt.
Tekenen van zwangerschap kunnen zijn:
Duizeligheid, buikpijn die lijkt op pijn bij maandstonden, gezwollen of harde pijnlijke borsten, ongewone vermoeidheid, misselijkheid, soms braken en het gevoel vaker te moeten urineren dan gewoonlijk.
Deze tekenen doen zich uiteraard niet allemaal tegelijk voor. Als één of meerdere tekens zich voordoen, doe dan een zwangerschapstest.
Een zwangerschapstest werkt meestal pas vanaf de eerste dag van het uitblijven van je maandstonden. Het is dus belangrijk om te weten wanneer je laatste maandstonden begonnen zijn. Een zwangerschapstest is te koop bij de apotheek, maar evengoed in het warenhuis. Deze laatste zijn goedkoper en even betrouwbaar.
Als de test aangeeft dat je niet zwanger bent en je maandstonden blijven uit, stap dan naar je huisarts. Die kan met een bloedtest zien of en hoe lang je zwanger bent.
Een zwangerschapstest vertelt je alleen maar of je zwanger bent, niet hoelang je al zwanger bent. Misschien weet je het zelf met zekerheid. Als dat niet zo is, kan alleen een arts of gyneacoloog de duur van de zwangerschap bepalen op basis van een bloedtest of een echografie. Weten hoelang je zwanger bent, is belangrijk als je een abortus wil overwegen. Een gewone zwangerschapsonderbreking kan in België voor je 12 weken zwanger bent.
Je twijfelt: kiezen voor abortus of niet, je weet het niet. Dat is normaal in jouw situatie. Je staat voor een heel moeilijke keuze. Toch is het een beslissing die niemand in jouw plaats kan maken. Als je erover praat met je ouders, je partner of een vriendin, geven zij je misschien allerlei raad. Het kan ook zijn dat ze je onder druk zetten om een bepaalde beslissing te nemen.
Als je twijfelt kan het helpen erover te praten met iemand die je nergens toe dwingt. Iemand die je helpt bij jezelf uit te zoeken wat voor jou de "juiste" beslissing is. Het is daarbij belangrijk dat je niet alleen voortgaat op wat je verstand je vertelt, maar dat je ook luistert naar je gevoel en omgekeerd.
Wil je een gesprek met iemand over je situatie dan kan dat telefonisch op 078/15 30 45 bij de cRZ-luistertelefoon bij ongeplande zwangerschap. Of je kan langsgaan bij het JAC in je buurt. Daar luistert iemand naar je verhaal, geeft antwoord op je vragen en helpt je ook bij heel concrete stappen als je dat wenst. Voor een JAC in je buurt: http://www.jac.be/
Zowel bij het JAC als bij de cRZ-Luistertelefoon kan je anoniem terecht, dat betekent dat je je naam niet bekend moet maken.
Als je heel concrete informatie zoekt over abortus klik hier.
Elke arts, dus ook je huisarts heeft beroepsgeheim, dat betekent dat hij/zij je ouders niet mag inlichten. Je kan ook kiezen om bij een andere arts langs te gaan.
Tijdens de zwangerschap ga je ongeveer maandelijks voor een controlebezoek langs bij een vaste huisarts of gyneacoloog.
Ben je bang voor een gyneacologisch onderzoek? Zeg dat gewoon tegen je arts. Vraag naar wat er gaat gebeuren. Blijf je je bij hem/haar weinig op je gemak voelen? Geeft hij/zij helemaal geen uitleg? Dan ga je best op zoek naar iemand waarbij je je wel goed voelt. Misschien voel je je beter bij een vrouwelijke arts.
Voor de wet moet je minstens 16 jaar zijn om te mogen vrijen. Je mag dus geen seksuele relatie met iemand aangaan of jullie het allebei willen of niet, maakt niets uit. Doe je het toch, dan ben je strafbaar. De wet noemt het 'aanranding van de eerbaarheid'. Als je jonger bent dan 14 is dat 'verkrachting'.
Als iemand klacht neergelegt, kan dat dus wel tot een rechtzaak leiden. Als niemand klacht neerlegt, gebeurt er niets.
Er zijn heel wat tienermoeders die verder naar school gaan en ook een diploma hoger onderwijs of een universiteitsdiploma halen. Je hoeft die plannen helemaal niet op te geven omdat er een kindje op komst is. Houd er wel rekening mee dat je er misschien een jaar langer over doet. Sommige tienermoeders stellen een hogere studie even uit tot hun kind zelf naar school gaat. Maar een kind hoeft je niet te beletten om verder te studeren.
Of het jou lukt hangt af van verschillende factoren.
Misschien is één van je ouders, een familielid of vriend(in) bereid om voor je kind te zorgen. Dat lijkt de makkelijkste oplossing maar toch is het belangrijk om hier duidelijke afspraken over te maken. Verwacht je oppas iets in ruil? Hoelang ziet hij/zij het vol te houden? En, op welke manier wil jij dat er voor je kind wordt gezorgd? Zit je op hierover op dezelfde golflengte met je oppas? Op de website van Kind & Gezin staan een aantal punten opgesomd waar je op kan letten bij het kiezen van opvang. Als je wil zeker zijn van een goeie opvang van je kind kan je die, eventueel samen met je oppas, eens bekijken.
Je kan ook een onthaalmoeder of crêche zoeken. Velen hebben een erkenning door Kind & Gezin. Dit betekent dat ze af en toe gecontroleerd worden of ze voldoen aan de voorwaarden voor kwaliteitsvolle opvang.
Heel wat diensten voor kinderopvang houden rekening met je inkomen voor het bepalen van het dagtarief. Je vindt uitgebreide informatie op de website van Kind en Gezin over de soorten kinderopvang die er zijn, over waar je moet opletten bij je keuze en over wat kinderopvang je kost.
Dit wil zeggen dat je ouders in je levensonderhoud (wat je nodig hebt om te leven) moeten voorzien en je studies moeten bekostigen. Ze hebben die plicht zeker tot je 18 jaar bent en daarna tot je een studie of opleiding hebt beëindigd waarmee je kans maakt op een job. Meestal betekent dit tot het einde van één studie na het secundair onderwijs.
Ook als je verder studeert en alleen gaat wonen kan je in principe ook onderhoudsgeld vragen aan je ouders. Dit is enkel een bijdrage; het is zelden genoeg om mee rond te komen.
Als je ouders gescheiden zijn is het bedrag voor onderhoudsgeld dat zij moeten betalen, vastgelegd in een vonnis dat je ouders moeten naleven.
Als ouders het ergens niet mee eens zijn, zijn ze wel eens geneigd de geldkraan dicht te draaien, bijvoorbeeld als je alleen gaat wonen. Probeer het uit te praten. Leg uit waarvoor je het geld nodig hebt en hoe je zult proberen zelf ook bij te dragen aan de kosten. Lukt dat niet, dan kan je altijd terecht bij een jac. Als je ouders geen onderhoudsgeld voor je willen betalen, dan kan je een verzoekschrift indienen bij de vrederechter. Die bekijkt je situatie en oordeelt of je recht hebt op geld en zo ja, op hoeveel.
Je ouders (de grootouders van je kind) hebben ook een onderhoudsplicht ten aanzien van hun kleinkind, maar veel beperkter dat die voor jou. Juridisch gezien moeten ze enkel het levensnoodzakelijke geven, terwijl een ouder zijn eigen kind moet laten delen in zijn eigen levensstandaard.
De verwekker of vader van het kind is ook onderhoudsplichtig. Als hij het kind erkent, heeft hij ouderlijke rechten en plichten en dus ook onderhoudsplicht.
Als er geen erkenning is, kan er een procedure gestart worden voor het vredegerecht om onderhoudsgeld te vragen. Maar, dit kan enkel als het vaderschap is vastgesteld (via gerechtelijke weg).
Ook een minderjarige vader moet dit onderhoudsgeld zelf betalen. De rechter bepaalt het bedrag en houdt daarbij rekening met de inkomsten van de vader.
Een leefloon wordt aangevraagd bij het OCMW van je gemeente. Enkel meerderjarigen hebben er in principe recht op. Maar, ook als zwangere minderjarige of minderjarige met een kind ten laste, kom je voor een leefloon in aanmerking. Je kan dus als 16 jarige zelf naar het OCMW stappen. Als je nog thuis woont, kan het OCMW besluiten om je een leefloon als samenwonende toe te kennen.
Je hebt ook recht op kinderbijslag voor je kind en voor jezelf.
Je kan zelf je kinderbijslag ontvangen:
Let wel op: Als je zelf je kinderbijslag ontvangt is dat het bedrag van een eerste kind. Als je nog broers of zussen hebt, kan het voordeliger zijn als ook jouw kinderbijslag aan je moeder wordt betaald (en zij die doorstort). Zo wordt je kind het zoveelste kind in het gezin, wat recht geeft op een hogere kinderbijslag. Het bedrag voor kinderbijslag is namelijk hoger voor een tweede en een derde kind. Dit kan enkel als je nog ten laste bent van je ouders: je bent jonger dan 18 of je studeert nog.
Dit is een éénmalige uitkering waarmee je een deel van de kosten bij de geboorte van een kind kan dekken. Het kan aangevraagd worden vanaf de 6de maand van de zwangerschap tot 3 jaar na de geboorte.
Meer informatie over kraamgeld en kinderbijslag vind je hier.
Een baby en een opgroeiend kind vragen heel veel energie van hun opvoeder(s).
Als je er alleen voor staat, moet je er zeker van zijn dat je de zorg van tijd tot tijd ook aan een ander kan overlaten. In een crêche of bij een onthaalmoeder, een familielid of een vriendin bijvoorbeeld.
Misschien sta je er niet alleen voor en wil je de zorg voor je kindje vooral delen met je partner. Hou er rekening mee dat het voor tienerouders lang niet vanzelfsprekend is om samen te blijven en samen voor hun kindje te blijven zorgen. Het gebeurt vaak dat een tienermoeder er na verloop van tijd alleen voor staat.
Als je op dit moment al heel veel zorgen hebt zoals: veel conflicten thuis, familie waar je niet of weinig kan op rekenen. Of je zit financieel heel krap en je hebt een weinig stabiele relatie bijvoorbeeld, dan zal de komst van een kindje je zorgen er niet minder op maken. Het tegendeel is vaak waar.
Als je de keuze hebt, kan je beter wachten met een kindje tot je voor jezelf voelt dat je op verschillende terreinen meer grond onder de voeten hebt.
Is je kindje al op komst en twijfel je of het je allemaal wel zal lukken, aarzel dan niet om langs te gaan in een JAC. Zij helpen mee zoeken welke vormen van steun (financieel en praktisch) er bestaan waar jij mee vooruit kan komen. Op die manier hoeven de zorgen je niet boven het hoofd te groeien.
Er is de kinderbijslag die je ouders voor jou krijgen en er is de kinderbijslag voor je kind.
Je ouders ontvangen kinderbijslag voor jou . Dit kan tot je 25 jaar zolang je zelf geen inkomen hebt, ook als je alleen woont. Als je alleen woont kan je het bedrag zelf ontvangen, maar dan moet je een bewijs van je eigen adres op het gemeentehuis vragen en afgeven aan het fonds dat de kinderbijslag betaalt. Het kinderbijslagfonds contacteert je via het werk van je vader of moeder of via het werk van je samenwonende partner of via de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor werknemers, tel. 0800 94 434 (gratis nummer).
De kinderbijslag voor je kind krijg je ook via dat fonds. Je vraagt bij het fonds eerst een formulier aan waarop je de aanvraag moet indienen. Dan stuur je dat samen met een uittreksel van de geboorteakte (dat je op het gemeentehuis kreeg bij de aangifte van de geboorte) naar het kinderbijslagfonds. Als je zelf niet werkt en je beide ouders niet werken of leven van het bestaansminimum dan komt je kind in aanmerking voor 'gewaarborgde kinderbijslag'. Voor de precieze voorwaarden, bel je best naar de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers, tel. 0800 94 434.
Het blijkt het voordeligst als je ouders zowel voor jou als voor je kind kinderbijslag aanvragen, ook als je niet meer thuis woont. Op die manier neemt jouw kind een volgende plaats in in het gezin en is de kinderbijslag hoger.
Uit de cRZ-publicatie Jong en Moeder (2005)
Als de vader van je kind weigert om het kind te erkennen, kan je via de rechtbank de vaderlijke afstamming laten vaststellen. Indien hij niet kan bewijzen dat hij niet de vader is, zal hij onderhoudsgeld moeten betalen. Verder heeft hij dan geen enkel recht, ook geen bezoekrecht.
Van het moment dat hij het kind erkent, kan hij wel bezoekrecht laten gelden.
Erkenning betekent dat:
De man die je kind erkent, is de juridische vader. Hij hoeft niet de natuurlijke vader (= de verwekker) te zijn. Het zou bv. kunnen dat je later een partner hebt die je kinderen wilt erkennen - dat kan.
Hou er wel rekening mee dat een zaak voor de rechtbank veel energie vraagt. Probeer steeds via gesprek tot een overeenkomst te komen. Een Centrum Algemeen Welzijnswerk kan daarbij bemiddelen. Kijk in de telefoongids voor het dichtstbijzijnde CAW.
Uit de cRZ-publicatie Jong en Moeder (2005)
Als je als jonge vader je kind wil laten erkennen en je bent niet getrouwd met de moeder van het kind. kan je enkel je kind laten erkennen mits toestemming van de moeder.
Een erkenning kan gebeuren bij elke ambtenaar van de burgelijke stand van om het even welke gemeente in België. Je hoeft dus geen rekening te houden met waar je woont of waar je vriendin zal/is bevallen. Het is daarenboven kosteloos.
Je kan op verschillende momenten een kind erkennen. Zolang het kind minderjarig is, heb je de toestemming van de moeder nodig. Als je kind de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt dan heb je ook zijn/haar toestemming nodig.
Je kan je kind laten erkennen voor de geboorte. Je gaat samen met de mama van het kind naar een gemeentehuis of notaris. Je neemt jouw identiteitskaart en die van de moeder mee en een medisch attest met de vermoedelijke bevallingsdatum.
Je kan ook wachten tot na de geboorte. Je kan de erkenning dan laten samenvallen met de aangifte van de geboorte. Je gaat samen met de moeder van je kind naar een gemeentehuis of notaris. Jullie nemen allebei jullie identiteitskaart mee en een recent afschrift van de geboorteakte.
uit de cRZ-publicatie Jong en Vader (2005)